Sterven – een nieuw begin

24 september 2018

Al lang geleden heb ik mijn ouders verloren, allebei aan kanker. Ik heb hun sterven van dichtbij meegemaakt. Dat vond ik zowel verdrietig als verrijkend.  Voor henzelf zag ik de dood uiteindelijk als een bevrijding. Zelf wist ik mij vaak geen raad: hoe geef ik de dood een plek in mijn leven?

Artsen – makelaars in hoop

Dat kan je overkomen als helder tot je doordringt dat iemand je ontvallen gaat.  Niets zo definitief als het besef dat er geen hoop meer is, je staat met lege handen. Alweer een tijd geleden zag ik de documentaire Sterfelijk Zijn (Being Mortal) waarin Atul Gawande, arts en schrijver verhaalt over de worsteling van zijn beroepsgroep met de dood.  Mijn grootste angst is, zegt hij, dat ik als arts niet meer kan genezen.  Ik ben opgeleid om mensen gezond te ‘fixen’, dat is mijn competentie. De belangrijkste ‘infixables’ in mijn vak zijn oud worden en doodgaan.  Als arts sta ik erbij en kijk ernaar, met lege handen.  Dat is voor artsen nauwelijks te verteren,  je voelt je incompetent, terwijl je zo graag wilt helpen (en fixen). 

Als geneeskundige ben je er niet op voorbereid het gesprek te voeren: “wij kunnen niets meer voor u doen, er is geen hoop meer. Daarom blijven wij steeds nieuwe therapie aanbieden, als waren wij makelaars in hoop. Misschien wel om onze eigen wanhoop te maskeren, tegen beter weten in.

Einde aan het hopen – het hart gaat open

Mij trof de manier waarop artsen toch dat einde-aan-de-hoop gesprek voeren met hun patiënten; hoe lastig ze dat vinden en hoe dapper ze dat doen.  Je ziet dat het hen raakt: ze staan hun patiënten heel na bij en kondigen met hun boodschap ook het afscheid aan. Er komen andere professionals in beeld, die overnemen.  Specialisten in palliatieve zorg – artsen, verpleegkundigen – ervaringsdeskundigen in niet-hoopvolle berichten.  Ik vond het ontroerend te zien hoe zij gevoelig afstemmen met hun patiënten als ze hun boodschap brengen, stil zijn en vragen: “Hoe is dit voor je?

Er valt dan iets van die patiënten af: niet meer hoeven tobben, piekeren of vechten. Incasseren of angstig hoop koesteren dat het toch beter wordt.  Je ziet het gebeuren, in laagjes valt dat langzaam weg, zo snel als men kan, want de dood is dan al heel dichtbij.

End of life – een nieuwe fase

Wij zien Bill en Jeff, zij willen thuis sterven tussen hun geliefden.  Er ontstaan zulke mooie gesprekken met partners en (klein)kinderen.

Krachtige mensen zijn dat en ook oneindig lief: zij legt zijn bril weg en helpt hem in bed omdat hij dat zelf niet meer kan.  Of Bill’s vrouw die in alle pogingen om overeind te blijven – niet in te storten, dat voel je haast – in haar boekje alles op blijft schrijven wat de artsen hun vertellen en haar schema’s bijhoudt.  Tot ook zij accepteert dat Bill echt sterven zal en slaat dan een nieuwe bladzij op die begint met End of life – er breekt een nieuwe fase aan.

Het is zo ontroerend om dat proces van dichtbij mee te mogen maken, hoe het verdriet er zijn mag en de berusting komt en ook de rust. De hoofdpersonen verzachten en zijn tevreden met hun leven en geliefden. Ze hadden graag nog 10 – 15 jaar langer geleefd, maar ja you can’t always get what you want, vertelt Jeff zijn kleinzoon.  Zijn vrouw: “As his space narrowed around that bed, it grew in terms of the people he loved. De ruimte vult zich met alle mensen die je in je hart sluit en met je meedraagt.

Het is alles zo intiem en openhartig in beeld gebracht. Je voelt je als kijker deel uitmaken van die cirkel, dat grotere geheel waar wij als mensen allemaal deel van zijn. Zoveel liefde als er aan het einde van het leven kan zijn, wanneer men innerlijk tevreden kan gaan: I am a happy guy – good bye; grüss Gott.

Het onbekende land

Wij leven voor iets groters dan onszelf, zegt Gawande. Dat maakt het sterven draaglijk, voor levenden en stervenden.  We kunnen de verbinding voelen, niet alleen met ons verleden maar ook met wat nog voor ons ligt.  We zijn een stipje in de eindeloze tijd van onze geschiedenis, verbonden met alles wat belangrijk voor ons is. En troosten ons met de gedachte dat we onderdeel uitmaken van een groter geheel.

Dat wij worden opgenomen in het tijdloze, het grotere bewustzijn of het koninkrijk der hemelen, net wat je geloven wilt. En niet verloren gaan, maar lopen met gesloten ogen naar het onbekende land